Melkveebedrijf De Haringhoeve onderwerp van bedrijfsreportage in Boerderij

“Drie keer melken voor betere uiergezondheid” zo luidt de titel van de bedrijfsreportage over Melkveebedrijf De Haringhoeve vorige week in Boerderij.

Recent zijn we op Melkveebedrijf De Haringhoeve, gelegen aan de Haringweg in Dronten, overgestapt van 2 naar 3 keer per dag melken. Voornaamste reden? Het celgetal laten zakken. Inmiddels laten de resultaten zien dat het lukt. Dat maakte redacteur veehouderij Marleen Purmer nieuwsgierig en ze kwam graag langs voor een rondleiding door Aart en Heidi van der Vegte. Lees het hele artikel hier  of onderstaande tekst uit het artikel (bron: https://www.boerderij.nl/ervaring/drie-keer-melken-voor-betere-uiergezondheid). Tekst: Marleen Purmer. Foto’s: Ton Kastermans Fotografie.

 

Aart (27) en Heidi (25) van der Vegte

400 melk- en kalfkoeien
200 stuks jongvee
10.500 liter melk per koe per jaar (op basis van 2x daags melken)
3,60% eiwit
4,19% vet

 

Nu Aart en Heidi van der Vegte zijn begonnen met driemaal daags melken, is het tankcelgetal gezakt van 230 naar 180.

In de hoek naast de wachtruimte staan een handjevol koeien in een aparte groep. Het zijn de koeien die Aart van der Vegte binnen een week droog gaat zetten. De melkproductie is met meer dan 10 liter per dag nu nog te hoog. “Deze groep hebben we ongeveer een jaar. We melken deze koeien één keer per dag en voeren ze een schraler rantsoen. Dat moet problemen na het afkalven voorkomen. Sinds kort melken we de lacterende koeien drie keer per dag. Dat moet de uiergezondheid verbeteren. Vooral het melk uitliggen in de ligboxen moet verminderen. We zijn er vanaf afgelopen maart mee bezig. Het celgetal is gedaald van 230.000 naar 180.000. We hebben 150.000 als streven. De melkproductie steeg met gemiddeld 3 kilo per dag.”

Twee man extra voor melken

Nu de 40 stands buitenmelker drie keer per dag draait, zijn er twee mensen bijgekomen om het werk te doen. In totaal werken er vier fulltimers, waaronder Aart en Heidi van der Vegte. Sinds twee jaar wonen en werken zij op De Haringhoeve, een van de vier melkveebedrijven van transport, foerage- en mesthandelaar Jan Bakker. Verder werken er meerdere parttimers en oproepkrachten op het melkveebedrijf in de Flevopolder. “De werkdagen duren lang met het driemaal daags melken, dus we hebben behoefte aan genoeg mensen om de uren goed te verdelen. Mensen die in de avond melken, zijn de ochtend erna vrij. Anders rust je niet uit.”

Werk

De Haringhoeve is een grondloos bedrijf. Het werk bestaat daarom voornamelijk uit stalwerk. Maaien doet de veehouder in overeenstemming met het nabijgelegen akkerbouwbedrijf van Jan Bakker. “Vanwege de rotatie voor de gewassen heeft hij altijd eenjarig grasland. Daarvan maken we een eerste en tweede snede. Gras maakt altijd een belangrijk deel uit van het basisrantsoen.” Ander ruwvoer en grondstoffen zoals overig kuil, perspulp en mais komt van het foeragebedrijf van Jan Bakker. ABZ Diervoeding levert soja en mineralen en rekent de rantsoenen uit. Het mengen van alle producten en het voeren duurt twee uur.

Tijdens de bouw van de stal in 2010 is goed nagedacht over het comfort van de koe. In de diepstrooiselboxen ligt gescheiden mest. Dit maakt de veehouder zelf. Op de rubberen roosters lopen de koeien zacht en soepel. “De klauwen groeien wel hard door het rubber. Maar door dat in de gaten te houden, redden ze het met twee keer per jaar bekappen.”

Stieradvies

Koeien insemineren laat Van der Vegte aan CRV over. “Ik kan het wel zelf maar het kost wel aardig wat tijd met zoveel koeien. Als ik het zelf ga doen, dan wel samen met een collega. Je moet elkaar wel kunnen opvangen in het werk.”

De veehouder werkte eerst met het StierAdviesProgramma (SAP). “Dat beviel goed maar de adviezen waren vooral gericht op de lactatiewaarde van de koe.” De resultaten vielen niet altijd mee. Van der Vegte kreeg hele uiteenlopende koeien in de stal. “Sommige koeien zijn heel best en anderen voldoen minder aan de verwachting. Dat geldt voor zowel de melkproductie als het exterieur. Ik zou liever allemaal koeien hebben die wat meer op één type terugkomen.” Sinds een jaar werkt hij met ‘Fokkerijadvies achter de koe’. Bij deze werkwijze, die ook van CRV is, kijkt de foktechnisch specialist ook naar de bouw en het exterieur van de koe.

“Dat gaat meer om het totale plaatje”, aldus Van der Vegte. “Elke drie maanden komt de specialist. Hij beoordeelt dan alle pinken, de verse koeien en de droge koeien. Zo komt elke koe in elk jaar aan de beurt.”

Jongvee

Het jongvee waar de veehouder niet verder mee wil fokken, insemineert hij met een gesekst rietje. “Dan wel een mannelijk vleesras. Dat is economisch aantrekkelijker.” Ook de beste pinken insemineert hij met gesekst sperma, maar dan om een vrouwelijke nakomeling te krijgen.

Als een koe na de vierde inseminatie nog niet drachtig is geraakt, is het viertal Belgisch Blauwe stieren het laatste redmiddel.

Droogstand

De stieren en de droge koeien lopen nu in de melkveestal. Over een paar jaar wil Van der Vegte de jongveestal, die links van de melkveestal staat, verlengen. “Dan kunnen daar de droge koeien bij in en dan is er alleen melkvee in de grote stal.”

De droogstand vraagt veel aandacht op het bedrijf. Met de paar wijzigingen in het transitiemanagement, zoals de nieuwe groep voor droge koeien, hoopt de melkveehouder dat de koeien beter opstarten na het afkalven. “We hebben soms een koe met baarmoederontsteking of melkziekte. Dat willen we voorkomen door te sturen in de droogstand. Maar omdat er veel kali in de eerste en tweede snede poldergras zit, is dat soms wel lastig.” Een hoger kaliumgehalte in gras heeft een directe, negatieve invloed op melkziekte.