Mestverwerkingsplicht

Tegenwoordig hebben veehouders een mestverwerkingsplicht. Dit houd in dat een deel van de mest die op het bedrijf geproduceerd is verwerkt moet worden. Hiermee wil de overheid meewerken aan een duurzaam evenwicht tussen mestproductie en mestafzet. Veehouders die geen eigen land hebben, of niet genoeg kilo’s op eigen land kunnen plaatsen, kunnen de verwerkingsplicht overdragen middels een VVO (Vervangende Verwerkings Overeenkomst). De hoeveelheid die u moet verwerken is afhankelijk per regio.

Een veehouder kan op 3 manieren voldoen aan de mestverwerkingsplicht.

  1. Mest afvoeren met opmerkingscode 61
  2. De verwerkingsplicht overdragen middels een VVO
  3. De mest via een verwerker afvoeren (3PO: 3-Partijen-overeenkomst)

In alle bovenstaande gevallen dient u een percentage van het totale mestoverschot te verwerken.

Direct een VVO afsluiten? Bereken de kosten of neem contact op met een vertegenwoordiger voor een passend aanbod.

Fosfaat overschot

Uw fosfaat overschot berekend u als volgt:

Mestproductie (in kilogrammen fosfaat) – Plaatsingsruimte op eigen grond = fosfaatoverschot. Afhankelijk van uw regio dient u 10%, 35% of 55% van het overschot te verwerken.

Voorbeeld: Uw Brabantse melkvee produceert 750 kilo fosfaat in 2016. U mag slechts 400 kilo fosfaat op eigen land plaatsen. Het fosfaatoverschot is nu 350 kilo. In de regio zuid moet 55% hiervan worden verwerkt, dit komt neer op 193 kilo fosfaat. Voor deze 193 kilo kunt u dan een VVO afsluiten.